Met kunstmatig toegediende voedingsstoffen wordt bedoeld: voedingsstoffen die niet via de reguliere orale (mond) weg worden toegediend. De voeding kan via een sonde (enteraal) of via de aderen (parenteraal) worden toegediend. Voeding via de reguliere weg (oraal) heeft altijd de voorkeur! Voeding wordt kunstmatig toegediend wanneer verwacht wordt dat de voedselinname gedurende minimaal 7 dagen onvoldoende eiwit en energie zal bevatten. Er wordt pas voor parenterale voeding gekozen wanneer het niet mogelijk is de patiënt volledig enteraal te voeden. Kunstmatige voeding vergt een multidisciplinaire aanpak. De rol van de klinisch diëtist is vaak coördinerend van aart. De diëtist bepaalt de behoefte en toedieningsvorm van optimale voeding. Soms kan het zijn dat patiënten naar huis gaan met kunstmatig toegediende voeding, dan coördineert de huisarts de zorg. Veelal worden hierbij thuiszorg en diëtetiek ingeschakeld.